Wat heb je nodig?
wit papier
een potlood
vetkrijt of een waskrijtje
water
een pipetje of lepeltje
- Veiligheid
Dit proefje is helemaal veilig; leg wel een doekje onder het papier tegen waterplekken.
- Stappenplan
1
Teken met potlood een eendje op het papier.
2
Kleur het eendje helemaal in met vetkrijt en druk stevig aan.
3
Laat een stukje papier ernaast leeg zonder krijt.
4
Druppel met een lepeltje wat water op het ingekleurde deel en op het lege deel.
5
Kijk waar het water in parels blijft liggen en waar het insijpelt.
- Waarom werkt dit?
Vetkrijt bevat was en vet, en vet en water horen niet bij elkaar. Op de gekleurde plek glijdt het water eraf en blijft het in mooie druppels liggen. Eenden en andere watervogels hebben een vetlaagje op hun veren dat op precies dezelfde manier het water afstoot. Daarom blijven ze droog en drijven ze zo makkelijk.
Wat heb je nodig?
wit papier
een potlood
vetkrijt of een waskrijtje
water
een pipetje of lepeltje
- Veiligheid
Dit proefje is helemaal veilig; leg wel een doekje onder het papier tegen waterplekken.