Middel
8+ jaar

Warme en koude waterstromen

Wat heb je nodig?

twee gelijke glazen potjes of glazen

warm water

koud water

rode en blauwe voedingskleurstof

een stevig kaartje of oud pasje

Gebruik warm — geen kokend — water. Doe dit boven een dienblad of de gootsteen: er kan geknoeid worden.
1
Vul het ene potje tot de rand met warm water en rode kleurstof, het andere met koud water en blauwe kleurstof.
2
Leg het kaartje op het warme (rode) potje en draai het om.
3
Zet het omgekeerde warme potje precies op het koude potje en trek het kaartje er voorzichtig tussenuit.
4
De kleuren mengen bijna niet! Probeer het daarna andersom (koud boven): dan mengt alles juist meteen.
Warm water is lichter dan koud water. Ligt het warme water bovenop, dan blijft alles netjes op zijn plek. Ligt het koude water bovenop, dan zakt het naar beneden en duwt het warme water omhoog: alles wervelt door elkaar. Zo ontstaan ook stromingen in de zee en in de lucht.

Wat heb je nodig?

twee gelijke glazen potjes of glazen

warm water

koud water

rode en blauwe voedingskleurstof

een stevig kaartje of oud pasje

Gebruik warm — geen kokend — water. Doe dit boven een dienblad of de gootsteen: er kan geknoeid worden.